Samenvatting
Centraal staat de vraag wat bekend is over de effectiviteit van de gelegenheidsbeperkende maatregelen die de afgelopen 25 jaar door de overheid zijn ingezet. Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van deze maatregelen niet is geëvalueerd op de effecten die zij mogelijk hebben op de sociale veiligheid. Bovendien voldoet driekwart van de effectevaluaties die zijn verricht – dat zijn er 42 – niet aan de minimale eisen die aan een dergelijke evaluatie mogen worden gesteld. Hierdoor blijft onduidelijk of een eventuele toename in de sociale veiligheid veroorzaakt is door de betreffende maatregel of door iets anders.
Toch kunnen we op basis van de Nederlandse effectevaluaties – aangevuld met de resultaten van meta-evaluaties uit andere landen – concluderen dat de inzet van functioneel toezicht in wooncomplexen (huismeesters, flatwachten, e.d.) lijkt te werken om de objectieve en subjectieve veiligheid te vergroten. Verder lijkt – maar dit is vooral gebaseerd op onderzoek uit de Verenigde Staten – dat de inzet van formeel toezicht (politiesurveillance) met name effectief is wanneer deze geconcentreerd is op bepaalde plekken (hot spots) of tijdstippen (hot times). Ook ‘natuurlijk’ toezicht, zoals het verbeteren van de straatverlichting, blijkt effectief om de criminaliteit terug te dringen.

