Samenvatting
Wie een poging onderneemt het begrip ‘hangjongeren’ te definiëren, zal constateren dat dit niet eenvoudig is. Het concept verwijst namelijk naar een zeer diverse categorie jongeren. De diversiteit drukt zich uit in verschillen naar etniciteit, sekse, sociaal-economische klasse, leeftijd en woonplaats. Daarnaast varieert het gedrag van de hangjongeren van onschuldig flaneergedrag tot baldadig schofferen en ernstige vormen van criminaliteit. Verder gaat het hangen van jongeren op straat soms gepaard met problemen in het onderwijs of op de arbeidsmarkt. Echter, ook jongeren die succesvol deelnemen aan de maatschappij, zijn op straat te vinden.
Een serieus jongerenprobleem
Niet alle hangjongeren zorgen voor overlast. Soms zijn het zelfs eerder de omwonenden die zich intolerant opstellen of irreële angstgevoelens ervaren. Desondanks is het van belang om te benadrukken dat het hangen wel degelijk een serieus probleem kan vormen. Niet alleen voor omwonenden, passanten en winkeliers die overlast ervaren, maar ook voor jongeren zelf. Er zijn verbanden aangetoond tussen hangen en criminaliteit, en tussen criminaliteit, spijbelgedrag en voortijdig schoolverlaten. Tegelijkertijd geldt dat de problemen bij de meeste jongeren van tijdelijke aard zijn en ‘vanzelf’ weer verdwijnen.
De rol van de omgeving
De Raad meent dat overlastproblemen die hangjongeren met zich meebrengen het beste begrepen kunnen worden door ook interactiepatronen met de omgeving te bestuderen. Dit betekent dat ook andere partijen dan hangjongeren van invloed zijn op buurtconflicten. In dit advies wordt betoogd dat conflicten uit de hand kunnen lopen door ongelukkige interacties tussen hangjongeren en hun sociale omgeving. Bijvoorbeeld doordat de jongeren en hun omgeving niet in staat zijn om een goed gesprek te voeren over conflicterende belangen. Maar ook doordat de samenleving er onvoldoende in slaagt om jongeren genoeg te laten participeren in de samenleving. Daarnaast worden jongeren niet helder en eenduidig genoeg gecorrigeerd als zij onwettig gedrag vertonen.
Aanbevelingen
Om escalaties te voorkomen, is het van cruciaal belang dat betrokken partijen gecombineerde strategieën inzetten. Hiermee bedoelt de RMO ten eerste dat interventies beter werken als ze niet uitsluitend vergoelijkend of repressief zijn, maar een combinatie vormen van ondersteunende en correctieve ingrediënten. Ten tweede werken interventies beter als ze zich niet uitsluitend richten op jongeren, maar ook op hun fysieke en sociale omgeving. De Raad vangt deze lijn van denken in de volgende vier aanbevelingen:
- Geef jongeren ruimte om te flaneren én stel grenzen aan onacceptabel
gedrag. - Toon wellevendheid naar de andere actoren én kom op voor het eigen
belang. - Zorg dat jongeren participeren én voorkom dat zij in het geheel geen
vrijheid hebben. - Straf jongeren als zij zich misdragen én geef hen steun.
De kernboodschap van dit advies is dat politici en beleidsmakers zich niet te gemakkelijk moeten laten leiden door hypes en incidenten rond hangjongeren. Hypes en incidenten verleiden gemakkelijk tot snelle interventies die niet echt iets oplossen. Lokale situaties verschillen zodanig van elkaar dat het altijd loont een grondige analyse ter plekke te maken, van de jongeren en van de interactie met omwonenden en andere betrokkenen. Op basis daarvan kan men een gerichte combinatie inzetten van correctieve en ondersteunende interventies; een combinatie van een harde en een softe aanpak. De RMO noemt een dergelijke gecombineerde strategie een constructieve aanpak. In deze benadering zijn toezicht houden, grenzen stellen en straffen belangrijke elementen. Dit geldt eveneens voor steun bieden en ruimte geven aan jongeren, en investeren in de betrokkenheid, participatie en eigen verantwoordelijkheid van jongeren.

