Sla inhoud over

Samenvatting

In Nederland leven we in een democratische rechtstaat die vergaand bepaalt hoe onze samenleving is ingericht. Dit lijkt vanzelfsprekend. Toch is de inrichting van de democratische rechtstaat dat niet. Een democratische rechtstaat kan bijvoorbeeld niet zonder burgers die democratisch gezind zijn. Democratische gezindheid is immers nodig om de waarde van democratie en democratische instituties door te geven aan volgende generaties. Na het tumult rond en de moord op Pim Fortuyn en later op Theo van Gogh zijn we ons daarvan des te meer bewust.

Maar hoe kan de overheid een democratische gezindheid onder haar burgers bevorderen? De RMO heeft zijn oor onder meer te luisteren gelegd bij mensen die zich juist van de democratie hebben afgekeerd. Mensen die bij verkiezingen hun stem niet uitbrengen en die cynisch, vijandig of onverschillig staan ten opzichte van democratische basiswaarden. Welke argumenten hebben deze mensen daarvoor? Waarom hechten zij geen waarde aan de beginselen van de democratie die in de ogen van anderen juist een groot goed zijn? Een van de redenen blijkt te zijn dat zij het democratische gedachtegoed niet van huis uit hebben meegekregen. Een andere reden is dat zij maar sporadisch in situaties terechtkomen waarin zij het aantrekkelijke en de waarde van democratie ervaren.

Dit advies gaat niet over de institutionele verankering van democratie. Het gaat evenmin over de vermeende kloof tussen burger en politiek en hoe deze te overbruggen. Daarover wordt op andere plaatsen nagedacht en geadviseerd. Vormen van democratie gaat over hoe democratische gezindheid van burgers positief kan worden gestimuleerd. Het uitgangspunt hierbij is dat de overheid democratische gezindheid nooit van bovenaf kan opleggen of afdwingen. Vrijheid en variatie zijn voor democratie immers essentieel. We doen in dit advies dan ook geen vastomlijnde aanbevelingen over het bevorderen van democratie. Wel kan de overheid voorwaarden/contexten/settings creëren die de kans op een democratische levenswijze of mentaliteit vergroten.

In dit rapport presenteren we twee adviesrichtingen. In de eerste plaats adviseren wij om de voorwaarden te verbeteren waaronder burgers zich een democratische gezindheid kunnen aanleren. In dit verband wijzen we op diverse pedagogische settings, van op te richten Centra voor Jeugd en Gezin tot aan het voortgezet onderwijs. Binnen deze settings kan meer aandacht komen voor de democratische gezindheid van kinderen en hun ouders. Het gaat er daarbij nadrukkelijk niet om specifieke kennis over te dragen. De Raad vindt het niet passend om nauwgezet te omschrijven hoe en wat deze pedagogische settings moeten realiseren, maar meent wel dat bijvoorbeeld docenten aandacht voor de democratische gezindheid van scholieren moeten hebben. Onze belangrijkste aanbeveling is dan ook dat de betrokken professionals via hun opleiding toegerust zijn om hierover gesprekken met ouders en kinderen te voeren.

Onze tweede adviesrichting ligt in het verlengde van de eerste. Democratische gezindheid moeten burgers niet alleen leren, ze moeten ook de kans krijgen om deze democratische gezindheid te praktiseren. Daarom beveelt de RMO aan om meer mogelijkheden te creëren om democratische gezindheid te oefenen en tot uitdrukking te brengen – op de school van de kinderen, in de buurt of op het werk. Daarnaast kunnen specifieke vormen van interactieve beleidsontwikkeling helpen om burgers democratisch gezinder te maken.

Kortom, de RMO beveelt de overheid aan voorwaardenscheppend beleid te voeren. Het doel is dat burgers democratie (leren) praktiseren. Dat roept mogelijk het beeld op van burgers die dat vreedzaam en verdraagzaam doen, zonder zich te verbijten en zonder onderlinge irritaties en conflicten. Maar democratie gaat in werkelijkheid vrijwel altijd gepaard met spanningen: over te nemen beslissingen, uitgevoerde handelingen, afspraken en interpretaties van afspraken, botsende principes en fundamentele waarden. Democratie schuurt, maar we zouden kunnen zeggen: zonder wrijving geen glans.