Persbericht
Integratie: van spreiden van minderheden naar investeren in mensen
De overheid dient zijn aandacht te verplaatsen van het bestrijden van concentratie naar het organiseren van sociale samenhang, zo stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling in zijn nieuwste advies. De laatste tijd proberen beleidsmakers de etnische concentratie in wijken, scholen en verenigingen met spreidingsbeleid te doorbreken. Onderzoek laat zien dat dit hoogstens beperkt effectief kan zijn. Om de reële integratieproblemen toch aan te pakken kan de overheid beter investeren in mensen, buurten en scholen.
Dit schrijft de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling in zijn advies
Eenheid, verscheidenheid en binding; Over concentratie en integratie van minderheden in Nederland
De raad constateert dat etnische concentratie een stevige trend is in het onderwijs, op de woningmarkt en in het verenigingsleven. Deze concentratie gaat gepaard met maatschappelijke achterstanden en ernstige integratieproblemen. In reactie op deze ontwikkeling proberen overheden verschillende bevolkingsgroepen te spreiden over wijken, scholen en organisaties. Dit spreidingsbeleid zal hoogstens beperkt effectief zijn, zo laat empirisch onderzoek zien, omdat het wordt gevoerd binnen allerlei belemmeringen. Het beleid stuit onder meer op juridische grenzen (non-discriminatie), voorkeuren burgers (zij gaan liever om met gelijkgestemden), politieke immobilia (zoals de vrijheid van onderwijs) en demografische feiten (de meerderheid van de jeugd in de grote steden behoort tot de minderheden). De complexe problemen kunnen niet goed worden aangepakt met recht-toe-recht-aan oplossingen als spreidingsbeleid. Er is daarom een nieuw model voor het integratiebeleid nodig dat gerichte maatregelen in wijken en scholen combineert met structureel beleid.
De RMO stelt voor het integratiebeleid te baseren op drie pijlers: eenheid, verscheidenheid en binding. De overheid draagt allereerst zorg voor een niet overtreedbaar kader, dat zorgt voor eenheid. Dit kader steunt op de grondwet, overige wetgeving en de Nederlandse taal. Dit klinkt misschien vanzelfsprekend, maar is het zeker niet wanneer we bedenken dat bijna 500.000 minderheden onvoldoende Nederlands spreken om in de samenleving te kunnen participeren. Daarnaast gelden de normen van de democratie, zoals rechtsgelijkheid, godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en het beginsel van non-discriminatie.
Door dit kader strikt te bewaken, begrenst én creëert de overheid de ruimte voor verschillen tussen mensen en groepen. De overheid investeert in de kwaliteit en leefbaarheid van scholen en wijken, of die nu zwart zijn of niet. Verder maakt de overheid zich sterk voor een ingroei van de islam in de Nederlandse samenleving. Op deze manier koestert zij de verscheidenheid.
Ten slotte is het nodig de binding te bevorderen tussen groepen en personen. Bijvoorbeeld door uitwisselingen en gezamenlijke lessen tussen scholen. Ook is het uit het oogpunt van sociale samenhang van belang om de achterstanden bij minderheden te verkleinen. Verbeter daarom de arbeidsmarktpositie van minderheden en stel ambitieuze streefdoelen op, met name voor hoger opgeleide minderheden.
De RMO biedt met dit model een uitweg uit de onvruchtbare tegenstelling die in het denken over integratie bestaat. In het verleden was het overheidsbeleid sterk geënt op een soort van laissez faire multiculturalisme. Het beleid ging uit van de foutief gebleken aanname dat culturele diversiteit vanzelf tot integratie zou leiden. De laatste tijd tekent zich een tegenovergestelde positie af. Maatschappelijke verschillen zijn steeds meer een bron van zorg geworden en het lijkt nu soms alsof de overheid sociale verschillen zou kunnen én moeten uitvlakken. In dit advies breekt de RMO uit die tegenstelling en brengt hij de maatschappelijke behoefte aan samenhang in balans met de individuele behoefte aan herkenbaarheid.
RMO-advies Eenheid, verscheidenheid en binding. Over concentratie en integratie van minderheden in Nederland. Het advies is vanaf 17 maart, 12.30 uur te downloaden op http://www.adviesorgaan-rmo.nl). Voor informatie over het advies kunt u contact opnemen met projectleider Thomas Schillemans op telefoonnummer 070 340 6028 / 06 2705 6764 of per E-mail t.schillemans@adviesorgaan-rmo.nl

