Samenvatting
De groei van zwarte scholen, concentratiewijken en etnische organisaties heeft de laatste jaren tot maatschappelijke onrust geleid. De RMO deelt met velen de vrees dat de toenemende segregatie van minderheden op scholen, in wijken en in het sociale leven, nadelig is voor de samenhang van de samenleving als geheel. De RMO concludeert echter dat de directe aanpak van concentraties maar beperkt mogelijk en beperkt effectief is. Deze bevinding werpt de vraag op hoe de overheid sociale samenhang kan organiseren in een samenleving waarin er concentratietrends zijn langs etnische lijnen.
In het denken over integratie bestaan twee tegengestelde posities. In het verleden was het overheidsbeleid sterk geënt op wat we noemen laissez faire multiculturalisme. Het beleid ging uit van de foutief gebleken aanname dat het koesteren van culturele diversiteit vanzelf tot integratie en emancipatie zou leiden. Na de aanslagen van 11 september en gevoed door oplopende binnenlandse spanningen, tekent zich een tegenovergestelde positie af. Maatschappelijke verschillen zijn steeds meer een bron van zorg geworden en het lijkt nu soms alsof de overheid sociale verschillen zou kunnen én moeten uitvlakken. Deze positie heeft te weinig oog voor de onvermijdelijkheid van verschillen en te weinig waardering voor de positieve waarde die de meeste verschillen wel degelijk ook hebben.
Geen van beide posities helpt de overheid bij het omgaan met concentratietrends. Er is daarom een nieuw model nodig. Dit nieuwe model combineert aandacht voor sociale samenhang met ruimte voor verschillen. De elementen eenheid, verscheidenheid en binding zijn de pijlers van dit model. De overheid draagt zorg voor een niet overtreedbaar kader. Dit kader begrenst én creëert de ruimte voor verschillen. De overheid investeert vervolgens in verbindingen tussen bevolkingsgroepen.
Analyse
De raad constateert dat concentratie een stevige trend is op verschillende domeinen. Politici, beleidsmakers en burgers zijn vaak afkerig van zwarte scholen, concentratiewijken en etnische organisaties. Overheden trachten daarom de concentratie van minderheden te bestrijden door de verschillende bevolkingsgroepen te spreiden over wijken, scholen en organisaties. Omdat een direct spreidingsbeleid op (grond)wettelijke en praktische bezwaren stuit, voeren de meeste overheden een indirect beleid. Zij nemen maatregelen die burgers moeten verleiden of dwingen om gemengd te gaan wonen, werken, leren of recreëren. In de ruimtelijke ordening dient ingrijpende herstructurering de eenzijdige woningvoorraad in stadswijken te doorbreken. In het onderwijsbeleid wordt de menging onder meer bevorderd door voorlichting aan ouders en door afspraken tussen de directies van scholen. De groei van etnische organisaties probeert men ten slotte vooral te beïnvloeden via het subsidiebeleid.
Het spreidingsbeleid is volgens de RMO weinig effectief en zal dat in de toekomst hoogstens gedeeltelijk zijn. Er zijn scherpe juridische grenzen die de ruimte voor spreidingsbeleid beperken. Er zijn politieke immobilia, onbeweeglijke politieke compromissen, die het spreidingsbeleid in de weg staan. Voorbeelden daarvan zijn artikel 23 van de Grondwet voor het onderwijs en de verzelfstandiging van woningcorporaties. Bovendien is het spreidingsbeleid vanwege de demografische ontwikkelingen inmiddels in de grote steden achterhaald. Wanneer 60 procent van de schoolgaande jeugd tot de groep ‘minderheden’ behoort, heeft een debat over de (on)wenselijkheid van zwarte scholen geen zin meer.
De mogelijkheden voor een spreidingsbeleid zijn dus beperkt, maar dat maakt de problemen niet minder reëel. Onderzoek wijst uit dat gesegregeerde onderwijs- en woonpatronen de sociaal-culturele afstand tussen minderheden en de omringende samenleving vergroten. Er bestaan bovendien grote leerachterstanden op concentratiescholen en er is sprake van verloedering en gebrekkige sociale samenhang in concentratiewijken. Er zijn ten slotte groepen en organisaties van minderheden die met hun rug naar de samenleving staan of zelfs terroristische tegenstand organiseren.
Een nieuw model
Omdat concentratie dus wel degelijk een probleem is, maar concentratie zelf te weinig aangrijpingspunten voor beleid oplevert, bepleit de RMO een nieuw model. De basis is eenheid, hetgeen ruimte schept voor verscheidenheid onder de voorwaarde dat er ook binding bestaat. Het gaat er primair om sociaal cement te creëren en de sociaal-culturele integratie van minderheden te bevorderen – of die minderheden nu in concentratiewijken wonen of niet. Hierna volgt voor elk van deze drie elementen een beknopte nadere invulling.
Eenheid
In een samenleving waarin zich concentratietrends voordoen, is het nodig dat er een stevig fundament van gemeenschappelijkheid bestaat; een verzameling helder afgebakende grenzen. Deze grenzen zijn niet overtreedbaar. Het kader steunt op de Grondwet, overige wetgeving en de Nederlandse taal. Daarnaast gelden de normen van de democratie, zoals rechtsgelijkheid van burgers, godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en het beginsel van niet-discriminatie. De democratische basiswaarden bieden burgers voorts spelregels voor de omgang met verschillen. De RMO adviseert de overheid in dit verband het volgende:
- Democratische basiswaarden
- Versterk de overdracht van democratische basiswaarden en omgangsvormen in het onderwijs, religie en opbouwwerk.
- Nederlandse taal
- Investeer in de beheersing van de Nederlandse taal.
- Verbeter de kwaliteit van de vroeg- en voorschoolse educatie en maak deze toegankelijker.
- Gemeenschappelijke verhalen
- Herijk gemeenschappelijke verhalen/geschiedenis en includeer alle inwoners in dit proces.
Verscheidenheid
Wanneer de overheid zorgt voor een gemeenschappelijk en niet te overtreden kader dan ontstaat daarbinnen ruimte voor verschillen tussen mensen en groepen. Deze ruimte past bij de drang van burgers en publieke instituties om zich te onderscheiden. De overheid investeert in de kwaliteit en leefbaarheid van scholen en wijken, maar met behoud van de diversiteit en vormen van eigenheid die zich op elk van deze domeinen manifesteren. De concrete aanbevelingen zijn:
- Eigenheid van de buurt in de heterogene wijk
- Streef in het ruimtelijk beleid naar meer eigenheid van buurten in de heterogene wijk.
- Bevorder het eigen huizenbezit, maar bescherm tegelijkertijd de huurders in de particuliere sector.
- Geef bewoners een stem bij de veranderingen in hun wijk.
- Vergroot de keuzevrijheid op de woningmarkt voor alle inkomenscategorieën.
- Kwaliteit op school en in de buurt
- Bevorder de kwaliteit en de leefbaarheid van achterstandswijken en concentratiescholen.
- Mobiliseer daarbij burgerinitiatieven.
- Transparantie van maatschappelijke organisaties
- Zorg ervoor dat ‘eigen organisaties’ transparant en aanspreekbaar zijn.
- Nederlandse islam
- Creëer een Nederlandse imamopleiding.
- Stimuleer dat in de moskee in Nederland opgeleide imams voorgaan. Ook dient in de moskee de Nederlandse taal te worden gebezigd.
Binding
Ten slotte is het nodig banden te smeden tussen groepen en personen. De overheid kan de mogelijkheid vergroten dat bevolkingsgroepen met elkaar in contact treden. De concrete aanbevelingen zijn:
- Contact en interactie
- Probeer, waar sprake is van gescheiden contexten, dwarsverbanden te bevorderen op andere schaalniveaus. Dit kan door het organiseren van gezamenlijke projecten en activiteiten op verschillende terreinen, alsmede door het opbouwen van uitwisselingen en vriendschapsrelaties tussen scholen en organisaties.
- Juist in concentratiewijken en op concentratiescholen zijn culturele uitwisselingsprogramma’s en gemeenschappelijke sport- en recreatiemogelijkheden nodig.
- Overbruggend leiderschap
- Omdat leidersfiguren een belangrijke invloed kunnen hebben op de vraag of etnische minderheden zich richten op de omliggende samenleving of niet, is het van belang ‘overbruggend leiderschap’ in alle groepen te stimuleren. Deze stimulans kan moreel zijn (waardering uitspreken), maar ook financieel (door te ondersteunen) en organisatorisch (door samen te werken met 'overbruggende leiders').
- Sociaal-economische positieverbetering
- Uit het oogpunt van sociale samenhang is het verkleinen van achterstanden bij minderenheden van urgent belang. Verbeter daarom de arbeidsmarktpositie van minderheden en stel ambitieuze streefdoelen op, met name voor hoger opgeleide minderheden.
- Voer effectief beleid uit het verleden, eventueel in een nieuw jasje, opnieuw in. Het MKB-convenant en het SPAG-project zijn daar voorbeelden van. Bevorder ook het ondernemerschap bij minderheden.

