Sla inhoud over

Samenvatting

Het schrikbeeld voor multi-etnische samenlevingen is dat groepen volstrekt langs elkaar heen leven. Dit is in Nederland niet het geval. De integratie van de meeste allochtonen is gedeeltelijk of geheel geslaagd. Wel zijn er enkele ongunstige ontwikkelingen. Zo nemen interetnische contacten af, zijn achterstanden hardnekkig en verslechtert de beeldvorming tussen allochtonen en autochtonen. Dit roept de vraag op hoe de overheid kan bevorderen dat er meer verbindingen ontstaan tussen allochtonen en autochtonen.

Verbinden is het duurzaam of herhaald bij elkaar brengen van mensen met andere mensen, groepen of instituties, zodat er gemengde sociale netwerken ontstaan. De overheid probeert dat op dit moment vooral te bevorderen met tijdelijke ontmoetingsprojecten en (indirect) spreidingsbeleid. Verbinden wordt bovendien primair als een hoogstpersoonlijke keuze voorgesteld en zo onafhankelijk van de economische structuur aan de orde gesteld. We werken dit in de volgende paragraaf kort uit.

De RMO bepleit in dit rapport een infrastructurele benadering van verbinden. Dit betekent dat verbinden zich niet naast maar in de dagelijkse routines en netwerken van burgers dient af te spelen. Mensen zullen zich zelf moeten verbinden, de overheid kan de kans hierop vergroten. De overheid is als de operator in de vroege jaren van de telefonie. Zij voert het gesprek niet zelf, maar verbindt zender en ontvanger, verhindert ruis en bewaakt de kwaliteit van de kabels. Zij kan investeren in de bagage van personen zodat zij gemakkelijker kiezen voor verbinden. Zij kan investeren in de inrichting, het onderhoud en de benutting van publieke domeinen zodat verbindingen eerder tot stand komen. En zij kan de projecten (helpen) organiseren die de grootste kansen bieden op verbinden. Dit zijn duurzame en etniciteitoverstijgende projecten. We werken dit in het tweede deel van de samenvatting verder uit.

Drie vooronderstellingen van beleid
Er zijn tal van overheidsmaatregelen die verbinden impliciet of expliciet willen bevorderen. Het Breed initiatief maatschappelijke binding, dat het Kabinet begin 2005 presenteerde, toont het brede palet aan ideeën en initiatieven. Het beleid stoelt op drie niet (geheel) juiste assumpties. De eerste assumptie is dat verbinden een vrije keuze van individuen is. Daarmee wordt gesuggereerd dat mensen die zich niet met anderen verbinden dat domweg niet willen. Op de wil van mensen kun je echter nauwelijks beleid voeren. De vraag of mensen zich met elkaar verbinden hangt sterk samen met zaken als opleidingsniveau, taalvaardigheid en beroepsniveau. Juist in de centrale infrastructuur van de samenleving – werk, taal en onderwijs – valt daarom winst te boeken voor verbinden.

De tweede onterechte assumptie is dat spreiding vanzelf tot gemengde netwerken leidt. Deze aanname wordt vertaald in maatregelen voor spreiding van allochtonen over wijken en scholen. Onderzoek laat echter zien dat ruimtelijke menging niet vanzelf leidt tot gemengde sociale netwerken. Een cruciale bouwsteen is publieke familiariteit (herkenbaarheid). Herhaalde ontmoeting met anderen, op de plaatsen waar we veel komen, leidt tot de familiariteit waarop verbinden gedijt. Het is zaak te investeren in vanzelfsprekende manieren van verbinden in ontmoetingsruimten, zoals scholen, buurten, instellingen en parken.

De derde onterechte assumptie is dat incidentele ontmoetingen tussen allochtonen en autochtonen vanzelf tot wederzijds begrip en sympathie leiden. Om die reden zijn er tal van lokale initiatieven waarin bevolkingsgroepen elkaar moeten ontmoeten. De initiatieven zijn vaak van tijdelijke aard en ze worden georganiseerd rondom etnische verschillen. Onderzoek laat echter zien dat incidentele ontmoetingen vooral vooroordelen bevestigen. Het is daarom effectiever projecten op duurzame wijze en rond etniciteitoverstijgende thema’s te organiseren.

Een infrastructurele benadering van verbinden
De RMO adviseert de overheid verbinden te bevorderen met infrastructurele maatregelen. Maatregelen zijn het meest effectief wanneer zij direct en continu zijn verweven met het dagelijkse leven. Infrastructurele maatregelen zijn bovendien minder stigmatiserend, omdat ze etniciteit niet benaderen als een onlosmakelijk met de cultuur van de Ander verbonden gegeven. Er zijn drie aangrijpingspunten: sociaal-economische achterstanden, de inrichting en werking van (openbare) ruimten en duurzame en etniciteitoverstijgende projecten.

1 Indirect verbinden door het bestrijden van achterstanden
Sociaal-economische positieverbetering van minderheden – hogere opleiding, meer werk, betere banen – gaat samen met meer interetnische verbindingen. Werk, onderwijs en taal zijn dus van groot belang voor verbinden.

  • Arbeidsmarkt. Specifiek beleid kan de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt verbeteren. Aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt kan de positie van allochtonen met convenanten en andere samenwerkingsvormen worden bevorderd. Aan de aanbodzijde gaat het erom de overgang van niet-werken naar werken te versoepelen. Bovendien kunnen alternatieve intermediairs, via netwerken of alumnibeleid van onderwijsinstellingen, vooral hoger opgeleide allochtonen helpen aan een baan. Dit is belangrijk omdat er niets zo dramatisch is als gehalveerde emancipatie: wel een goed diploma, geen goede baan.
  • Onderwijs. Het onderwijs kan leerlingen de vaardigheden bijbrengen waardoor zij zich sneller met elkaar verbinden. Daarnaast zijn onderwijsinstellingen bij uitstek ontmoetingsruimten voor kinderen én ouders met verschillende achtergronden. Onderwijssegregatie is daarom, hoewel deels onvermijdelijk, niet wenselijk. Waar mogelijk moet segregatie samen met ouders worden voorkomen. Als segregatie een feit is, is het zaak duurzame en intensieve uitwisselingsverbanden tussen verschillende scholen te bevorderen.
  • Taal. Het spreken van dezelfde taal is een cruciale voorwaarde om elkaar te kunnen verstaan. Het is daarom goed dat het verwerven van de Nederlandse taal voor allochtonen een verplichtend karakter heeft gekregen. Deze verplichting vraagt om een tegenprestatie van de overheid. Zij moet garanderen dat allochtonen voldoende en hoogwaardige lessen kunnen krijgen.

2 Vanzelfsprekend verbinden in ontmoetingsruimten
Publieke familiariteit is een cruciale bouwsteen voor sociale relaties. Mensen kunnen publieke familiariteit opbouwen door de ander herhaald te ontmoeten. De ruimtelijke inrichting en het functioneren van publieke instituties vormen hier de aangrijpingspunten.

  • Vanzelfsprekende ontmoetingsruimten. Creëer of benut plaatsen waar mensen komen om andere redenen dan integratie. Richt je – in scholen, verenigingen, openbare ruimten – op zaken die voor burgers belangrijk, handig, leuk of verplicht zijn in hun alledaagse routines. Benut bijvoorbeeld een park dusdanig, dat het niet alleen groenvoorziening is, maar ook de kortste weg van A naar B. Dit vergroot de kans op herhaalde ontmoetingen, waardoor publieke familiariteit ontstaat.
  • Multifunctionele ontmoetingsruimten. Creëer of benut ruimten waar mensen met elkaar in contact komen om andere redenen dan om die contacten zelf. Verbindt gescheiden circuits door verschillende activiteiten zo veel mogelijk op dezelfde plaats en tijd te organiseren. De veertiendaagse bingo, bijvoorbeeld, kan het best tegelijk met de werkgroep sociale veiligheid en de taalles plaatsvinden.
  • Levensloopbestendige ontmoetingsruimten. Creëer of benut ruimten voor vanzelfsprekende ontmoetingen tussen mensen die in dezelfde levensfase zitten en daardoor dezelfde interesses, belangen of onzekerheden hebben. Er zijn verbindingskansen rond vraagstukken die met ‘ouderschap’ te maken hebben. Dit kan leiden tot verbinden op de school, het consultatiebureau, de kinderopvang of oudervereniging.

3 Direct verbinden langs andere lijnen
Lokale ontmoetingsprojecten zijn vaak kortstondig, richten zich op affectieve relaties en zijn georganiseerd rond etnische verschillen. Het voorbeeld bij uitstek is de multiculturele straatbarbecue die de deelnemers, hoe gezellig dat ook kan zijn, vooral leert wat er anders is aan de ander. De RMO stelt daarom voor de aandacht te verplaatsen naar duurzame projecten die zijn georganiseerd rond etniciteitoverstijgende factoren.

  • Etniciteitoverstijgende verbindingen. Organiseer projecten niet rondom etnische verschillen maar rond zaken die mensen belangrijk, nuttig of gewoon leuk vinden. Zaalvoetbalcompetities (niet toernooien, want die zijn eenmalig) tussen witte, gemengde en zwarte wijken zijn hiervan een mooi voorbeeld, omdat ze over voetballen gaan (en niet over etniciteit).
  • Transactionele verbindingen. De belangen van allochtonen en autochtonen voor verbinden zijn niet altijd gelijk. Publieke instanties kunnen als derde partij bevorderen dat er verbindingen ontstaan die voor beiden profijtelijk zijn. Bijvoorbeeld: de student geeft Nederlandse les aan de nieuwkomer, de overheid of universiteit geeft als derde partij reductie op het collegegeld.
  • Interdependenties en duurzame projecten. De meeste projecten hebben een korte looptijd tot de financiering stopt. De kracht van bijvoorbeeld Thuis op straat is dat het openbare ruimten langjarig benut, vrijwaart van vandalisme en zo ouders en kinderen gelegenheid tot verbinden biedt.