Sla inhoud over

Persbericht

NIET ALLE OUDEREN OVER EEN KAM SCHEREN
 
In plaats van ouderen tot werken te pressen kan de overheid voorwaarden creëren waardoor mensen hun wensen kunnen omzetten in een activiteit die bij hen past. Dat kan onder meer door uitkeringen aan betaald werk en aan vrijwilligerswerk te koppelen en niet, zoals gebruikelijk, aan inactiviteit. Er kan meer worden geïnvesteerd in elkaar opvolgende banen en daarmee in langere loopbanen. Ook kunnen de voorwaarden voor het verrichten van vrijwilligerswerk worden verbeterd door de mogelijkheden voor deeltijdpensioenen te verruimen. Een zinvolle dagbesteding, ook op hoge leeftijd, is een voorwaarde voor sociale contacten, voor het gevoel erbij te horen en soms voor ondersteuning en financiële armslag.
 
‘Includerend’beleid
Dat is de kern van twee adviezen over ouderenbeleid, die de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) op verzoek van het kabinet en van de Tweede Kamer vandaag publiceert. De RMO is voorstander van algemeen beleid dat rekening houdt met alle burgers. Algemeen (of ‘includerend’) beleid gaat vooraf aan specifiek ouderenbeleid. Hoe beter de voorwaarden voor ouderen zijn om deel te kunnen nemen aan de maatschappij, hoe minder er geïnvesteerd hoeft te worden in specifiek ouderenbeleid. “Het verdwijnen van buurtwinkels, postkantoren en bushaltes uit woonwijken heeft meer invloed op het welbevinden van ouderen dan de aanwezigheid van een wijkcentrum”, aldus de raad.
 
Om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen moet de overheid er nu voor kiezen om op de budgetten voor economisch en fysiek beleid te gaan investeren in de toegankelijkheid van de samenleving voor allen. Deze investeringen betalen zichzelf terug in de vorm van minder aanspraken op bijzondere voorzieningen in welzijn, wonen en zorg. Het is logisch, financieel aantrekkelijk en sociaal gunstig om includerend beleid te gaan voeren. Elk alternatief zal vroeg of laat bezwijken onder de druk van te hoge kosten van te veel speciale voorzieningen voor te grote groepen. Hierbij komt dat elk alternatief voor grote maatschappelijke spanningen zorgt, omdat ouderen in al die gevallen alleen dan mee kunnen doen als ze in aanmerking komen voor speciale voorzieningen.
 
Kwetsbare ouderen
De RMO wijst erop dat toekomstige ouderen ten onrechte vooral worden gezien als actieve, zelfredzame, assertieve, mobiele en kapitaalkrachtige mensen. Van dit beeld dreigen de vele minder draagkrachtige en minder mondige ouderen de dupe te worden. Het absolute aantal relatief arme ouderen zal in 2020 ongeveer 680.000 bedragen. Dat is ruim een vijfde van het totale aantal 65-plussers op dat moment. Daarnaast is er een groep ouderen die psychosociaal kwetsbaar zijn. Deze ouderen hebben vooral behoefte aan een veilig gevoel. Zij willen juist niet meer voor zichzelf hoeven op komen en moeilijke keuzes moeten maken. Een veilig gevoel voorkomt ook dat men vroegtijdig een beroep doet op professionele zorg.
 
Vanuit een oogpunt van solidariteit is het van groot belang in het toekomstige ouderenbeleid juist met deze mensen rekening te houden, aldus de RMO. Afbakeningen van beleidsdomeinen gaan gepaard met bureaucratie. De samenleving is mede daardoor vooral complex voor kwetsbare ouderen. De raad bepleit voor kwetsbare ouderen een zo veel mogelijk persoonlijke benadering, waarbij ook bezoeken aan ouderen tot de mogelijkheden moeten behoren.



Noot voor redacties: de adviezen Mogen ouderen ook meedoen en Ouderen tellen mee zijn te vinden op de website van de RMO: www.adviesorgaan-rmo.nl. Voor nadere inlichtingen kunt u zich richten tot dr. Krijn van Beek, algemeen secretaris van de RMO: 070-3405294.