Persbericht
Overheid: meer dóén met minder regels!
De manier waarop de overheid is georganiseerd past niet meer bij de huidige samenleving. Zeker als zich incidenten voordoen, schiet de overheid steeds in de reflex om zelf aan het stuur te gaan zitten en nieuwe centrale regels uit te vaardigen. Burgers verwachten dat ook vaak. Maar door de overmaat van regels wordt de sturing van de overheid juist minder effectief. Beter is het dat de overheid strikte kaders stelt, en zo ruimte organiseert voor burgers en uitvoerende instellingen om hun activiteiten in te richten volgens eigen inzicht.
Dat stelt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling in het advies Bevrijdende kaders dat vandaag wordt aangeboden aan het kabinet. De RMO signaleert dat veel burgers, professionals en instellingen zich gevangenen voelen van ingewikkelde systemen. Er zijn veel regels en instructies en bij een bepaald probleem zijn altijd veel organisaties betrokken. Een voorbeeld daarvan was de vuurwerkramp in Enschede in mei 2000. Er waren tal van inspecties bij betrokken, zonder dat dit leidde tot een aanvaardbare opslag van het vuurwerk. Het gebrek aan effectiviteit komt door onduidelijkheden over de verantwoordelijkheid van de betrokken instanties. Hier wreekt zich het gemis aan een duidelijke eindverantwoordelijke, en het is hoogst ondoorzichtig voor burgers.
De oplossing moet komen uit kaderstelling en horizontalisering, aldus de RMO in het advies. Deze twee begrippen vormen de kern van een nieuwe visie op overheidssturing.
Kaderstelling betekent dat de overheid zich terugtrekt op enkele kernregels. Er zijn dan veel minder regels nodig maar deze worden wél strikt gehandhaafd. De overheid bewaakt de grenzen van het speelveld, daarbinnen ontstaat ruimte voor burgers en instellingen.
Horizontalisering wil zeggen, dat professionals en publieke instellingen zich vooral op burgers en op elkaar moeten richten en veel minder op de eisen van de rijksoverheid. De verantwoording die instellingen afleggen moet zo worden ingericht dat burgers actief betrokken raken bij het functioneren van de instellingen. Ook moeten instellingen zich meer met elkaar vergelijken op hun functioneren en prestaties.
Kaderstelling en horizontalisering zijn als een siamese tweeling: de een kan niet zonder de ander. Kaderstelling alleen leidt slechts tot meer regels van bovenaf, terwijl horizontalisering alleen leidt tot oeverloze dialogen. Maar juist de combinatie van beide zal leiden tot een overheid die effectiever werkt én beter gebruik maakt van talenten in de samenleving.
De RMO stelt voor om jaarlijks een dereguleringsdag in de Tweede Kamer te organiseren waarop alle afgeschafte regels worden gepresenteerd. Verder beveelt de raad de overheid aan om organisaties die vergelijkbare taken uitvoeren bijeen te voegen, zodat bijvoorbeeld verschillende inspecties één organisatie voor integrale handhaving vormen. Een ander voorstel is dat overheden en publieke diensten werken met kwaliteitshandvesten die burgers duidelijk maken waarop die organisaties wel en niet kunnen worden aangesproken. Tenslotte beveelt de raad aan dat de overheid meer gebruik maakt van rivaliteit in de publieke sector: instellingen streven er dan naar om zich van elkaar te onderscheiden en om in onderlinge competitie uit te blinken in kwaliteit voor burgers.

