Sla inhoud over

Samenvatting

Dit advies beoogt bij te dragen aan de preventie van burnout en vergelijkbare psychische klachten. Er heerst veel verwarring over burn-out. Het is een van vele psychische stoornissen die mensen kunnen krijgen. Het trekt vooral de aandacht omdat het bijdraagt aan de toename van het aantal mensen dat blijvend arbeidsongeschikt raakt. Professionals in de publieke sector zijn daarin oververtegenwoordigd. Het treft vooral die mensen die in het primaire proces contact hebben met klanten, patiënten, cliënten, scholieren en andere burgers. Mensen die burn-out raken hebben een ernstig probleem.
Burn-out komt voort uit een samenspel van oorzaken. De persoon zelf, zijn privé-situatie en zijn arbeidssituatie dragen bij aan het ontstaan van burn-out. Disbalans tussen deze drie leefsferen is een belangrijke oorzaak van burn-out. Juist omdat burn-out zo'n 'verstrengeld' probleem is, is het niet eenvoudig om er iets aan te doen.
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) meent dat er voor de snijvlakken tussen deze oorzaken te weinig aandacht bestaat. Hij zoekt de mogelijkheden om burn-out en vergelijkbare psychische klachten te voorkomen daarom in de afstemming tussen persoon, privé- en werksituatie. Daarbij kiest hij voor de arbeidsorganisaties in het publieke domein als een van de aangrijpingspunten.
De RMO benadrukt dat werkgevers en werknemers geen tegengestelde belangen hebben in deze. Investeren in de preventie van burn-out levert op den duur in termen van loonkosten een aanzienlijk financieel voordeel op.
 
De Raad geeft twee algemene oplossingsrichtingen aan voor het probleem van het ontstaan van burn-out.
De eerste ligt op het snijvlak tussen de persoon en zijn of haar werk. De Raad benadrukt de noodzaak ernst te maken met de herwaardering van het werk op de werkvloer. Het werk in de publieke sector is in dit opzicht niet optimaal georganiseerd. Professionals in de zorg, het onderwijs en andere publieke diensten kiezen doorgaans uit idealistische overwegingen voor hun werk. Hun verwachtingen komen echter vaak niet uit. Zij worden geconfronteerd met regels en procedures waardoor ze aan hun eigenlijke werk naar hun gevoel te weinig toekomen. Veranderingen in wet- en regelgeving en schaalvergroting hebben daaraan bijgedragen.
Het is daarom zaak het werk in deze sectoren aantrekkelijker te maken. Wek geen valse verwachtingen over de aard van het werk. En investeer in gezondheidsbeleid voor die organisaties. Stel alles in het werk om de arbeidsmotivatie te verhogen. Faciliteer de combinatie van arbeid en zorg. Daarnaast is het nodig om ?verstaffing? van organisaties tegen te gaan: promoveer niet de beste mensen van de werkvloer naar leidinggevende functies. Maak horizontale carrières mogelijk en financieel aantrekkelijk.
 
In de tweede plaats moeten werkgevers en werknemers samen de strikte scheiding tussen werk en privé doorbreken. Daarbij gaat het zowel om onderscheid als om aansluiting tussen beide, er is behoefte aan een brug. De RMO beveelt aan open culturen - 'veilige ruimtes' - te bevorderen waarin aandacht kan zijn voor de noodzakelijke brug tussen werk en privé. 'Veilige ruimtes' kunnen op verschillende manieren vorm krijgen, afhankelijk van de aard en omvang van de organisatie. Men kan denken aan vertrouwenspersonen, inloopspreekuren, vormen van coaching en intervisie. Ook de introductie van 'mental health checks' verdient overweging.
 
De RMO richt zich met dit advies in hoofdzaak tot werkgevers en werknemers en hun organisaties. Maar ook de overheid heeft bij het tegengaan van burnout een belangrijke taak. In de eerste plaats kan deze als werkgever een voorbeeldfunctie vervullen. In de tweede plaats stelt de overheid de kaders waarbinnen publieke organisaties werken. De wet- en regelgeving zou de balans tussen werk en privé moeten faciliteren, niet alleen in praktisch maar ook in inhoudelijk opzicht. Dat betekent dat de herwaardering van primaire werkprocessen ook bij de overheid als doel voorop moet staan.