De sociale betekenis van de kredietcrisis
Betrekking hebbend op kabinetsthema’s ‘Maatschappelijke achterstanden van de toekomst’,‘Dynamiek en zekerheid in een open samenleving’ en ‘Openbaar bestuur van de toekomst: over legitimiteit en vertrouwen’
De kredietcrisis is in de financiële sector ontstaan en de meeste beleidsmaatregelen richten zich op interventies in het financieel-economische domein: investeringen in de liquiditeit van bedrijven, grootschalige kapitaalinjecties in financiële instellingen en arbeidsmarktbeleid dat erop gericht is mensen aan het werk te houden.
Minder aandacht gaat tot nog toe uit naar de sociale dimensie van deze crisis. Die kent tenminste drie deelaspecten. Ten eerste kunnen we kijken naar de sociale gevolgen van de crisis: oplopende werkloosheid, toenemend beroep op sociale zekerheid, e.d. Hierbij hoort als direct opkomende vraag: kunnen we hiermee omgaan, kunnen we onszelf snel weer uit het dal omhoog organiseren, kunnen we beter presteren dan tijdens de crisis van begin jaren tachtig die ons toch twee decennia van reorganiseren van arbeidsmarkt- en sociale zekerheidsbeleid heeft opgeleverd?
Een tweede sociaal aspect van de kredietcrisis betreft het vertrouwen in instituties. Immers banken en hun toezichthouders zijn centrale pilaren in onze georkestreerde markteconomieën. Ze hebben een dermate status, voorbeeldfunctie en verwevenheid met het institutionele establishment dat hun demasqué in bredere zin het vertrouwen in politiek en bestuur raakt. Kunnen we iets zeggen over de sociale dimensie van toezicht, wanneer beslissingen in het financiele domein gevolgen hebben voor andere domeinen (zoals pensioenvorming)?
Een derde sociaal aspect heeft betrekking op de onderliggende mechanismen die het ontstaan van de kredietcrisis mede hebben veroorzaakt. Almaar meer grensoverschrijdend economisch verkeer, steeds complexere en abstractere producten, een almaar sterkere focus op financiële incentives, markten waar niet de klant-leverancier relatie dominant is maar waar risico's en verzekering de kern vormen – het zijn fenomenen die niet uniek zijn voor de financiële wereld en waar we ons ook in bredere zin van kunnen afvragen hoe we er mee om willen gaan. Hoe zouden institutionele arrangementen er uit kunnen zien die sociale betrokkenheid en financiële zakelijkheid dichter bij elkaar brengen – in een wereld die ze van nature verder uit elkaar doet bewegen?
De RMO heeft in dit adviestraject de intentie de sociaalinfrastructurele aspecten van de kredietcrisis te inventariseren en lessen te trekken voor de toekomst. De RMO is van mening dat de uitwerking van dit traject ook een stevige interactie vereist met mensen uit bedrijfsleven, gemeenten, departementen, wetenschappers en politici. Daarnaast zal de RMO gebruik maken van een in 2009 te verschijnen rapport van het SCP over de crisisbestendigheid van de Nederlandse beroepsbevolking.
Centrale vraag: wat zijn de sociale lessen die we kunnen trekken uit de kredietcrisis?
