Interview
Micha de Winter:
‘Pas ervoor op om mensen in hokjes te stoppen’
Ambitie
“Een van de dingen die ik tijdens de afgelopen raadsperiode heb geleerd, is dat je met meer durf moet kijken en luisteren naar wat er op straat leeft. Je moet observeren wat er in het “werkelijke” leven gebeurd en moet oppassen dat je niet te bestuurlijk wordt. Uiteraard vormt ook het bestuurlijke perspectief onderdeel van het werkelijke leven. Deels creëert het dat ook. Maar het gevaar bestaat dat bestuurlijke en sociale werkelijkheden los van elkaar komen te staan. Sterker: dat doen ze vaak al en mijns inziens is het van groot belang daar bij de advisering voldoende rekening mee te houden. Zo zette het RMO-advies Aansprekend opvoeden een agenda voor het jeugdbeleid bij uiteenlopende gemeentes. Dat is een prima resultaat, maar dat had nog veel mooier kunnen zijn als we voorafgaand en ook na het advies veel meer hadden kunnen praten met jongeren en met al diegenen die verantwoordelijkheid dragen voor hun opvoeding en vorming.”
Participatie en stabiliteit van de samenleving
“De mogelijke erosie van de democratie is voor mij de belangrijkste kwestie. De studie die ik onlangs voor de WRR heb uitgevoerd over democratie en opvoeding leverde voor mijzelf veel nieuwe inzichten op. Al weer zo’n twaalf jaar publiceer, spreek en onderwijs ik op tal van fronten over burgerschap en participatie. Burgerschap en participatie heb ik altijd benaderd als oefenterreinen voor democratisch burgerschap. Maar pas sinds mijn WRR-studie ben ik gaan inzien hoe urgent en belangrijk die oefenterreinen tegenwoordig zijn. Aangevuurd door de ontwikkelingen in Nederland en in de wereld, realiseer ik me nu dat de zaak heel gemakkelijk in elkaar zou kunnen storten als we die terreinen niet beter onderhouden.”
Verhouding van de RMO tot ander werk
“De dingen die ik bij de RMO zeg of schrijf, hebben in de regel een rechtstreekse verbinding met de onderwerpen die ik aan de universiteit doceer of onderzoek. Omgekeerd houd ik me aan de universiteit bezig met zaken, waarvan ik hoop dat die ten goede komen aan de samenleving. Ik houd er niet van wetenschap te bedrijven die geen maatschappelijke impact heeft en die niet leidt tot bijvoorbeeld advisering, beleids- of praktijkverandering. Het ideaal is voor mij de kruisbestuiving tussen het advieswerk bij de RMO en de wetenschappelijke taken aan de universiteit.”
De adviezen van de RMO
“Wat is nu een goed of slecht advies? Dat vind ik een lastige vraag. Zal ik teruggrijpen op de impact van de adviezen? Of op de kennis die erin besloten ligt? Wat ik persoonlijk inhoudelijk een heel goed advies vind is De handicap van de samenleving. Ik vind dat advies wijs in zijn analyse. Wat ik er goed aan vind is dat er niet, zoals in sommige andere adviezen, “hokjes” om mensen worden geplaatst. Zelfs bij de RMO hebben we nog soms te veel de neiging om mensen te categoriseren. De grote uitdaging bestaat er mijns inziens echter uit hoe je mensen in staat kunt stellen een zo “normaal” mogelijk leven te leiden, maatschappelijke beperkingen kunt opheffen zodat mensen zo goed mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Dat was dan ook de strekking van het advies over de handicap van de samenleving. De implicaties van dat advies waren echter dusdanig vaag en omvangrijk dat de overheid er niet veel aandacht aan heeft gegeven. De handicap van de samenleving was niet erg vruchtbaar in zijn impact. Daarom vind ik het niet alleen het beste, maar ook het slechtste RMO-advies uit de vorige raadsperiode.”

