Sla inhoud over

Verslag Reuring!Café 21 oktober 2009

‘Het is een misverstand dat het leed verdwijnt als je alles maar slim organiseert,' zegt Paul Frissen, auteur van het RMO-rapport ‘De ontkokering voorbij', tijdens het Reuring!Café op 21 oktober.

visualHet RMO-rapport ‘De ontkokering voorbij' uit 2008 leverde volgens auteur en hoogleraar Paul Frissen van tevoren ‘gilreacties' op: ‘is dat nou interessant?' Nu kan hij zijn dagen vullen met het geven van lezingen over het rapport. ‘Het heeft iets geraakt waardoor mensen zich bevrijd voelen.' In het rapport stelt hij het belang van ontkokering - meer coördinatie, afstemming en integraliteit - bij de bestrijding van maatschappelijke problemen, zoals in de jeugdzorg en het onderwijs, ter discussie. Zijn betoog? Verkokering en ontkokering zijn twee kanten van hetzelfde vertoog. ‘Al dertig jaar lang wordt de diagnose verkokering met ontkokering bestreden. Dat gebeurt vanuit de misvatting dat als we alles maar heel goed organiseren, het wel goed komt.'

Kloof
visualBij de 24ste editie van het Reuring!Café - ‘een ontmoetingsplek voor vernieuwende mensen binnen de overheid' - wordt gediscussieerd over het rapport met mensen die de kloof tussen Den Haag en het veld in de praktijk ervaren. Wat moet er volgens hen veranderen?
Mariënne Verhoef van jeugdzorginstelling Spirit en Erik Gerritsen, Bureau Jeugdzorg Amsterdam, hebben beiden jarenlang zelf in Den Haag rondgelopen. Ze winden zich nu op over wat Gerritsen ‘de Haagse schijnwerkelijkheid' noemt. Samen met Paul Frissen en DG Wijken, wonen en integratie Leon van Halder discussiëren zij onder leiding van Mark Frequin, DG bij het ministerie van EZ.
Leon van Halder over zijn rol als DG bij lokale problematiek: ‘Het is verschrikkelijk complex. Je wilt niet de wijkenwethouder worden, maar wel doordringen tot de diepste problematiek van die wijken.'

Slimme mensen
Gerritsen en Verhoef geven diverse voorbeelden uit de jeugdzorg waarbij de regels uit Den Haag niet goed aansluiten bij de praktijk. Zoals bij de wet op de Jeugdzorg en de AWBZ. Verhoef: 'Als een zwerfjongere onderdak krijgt bij een maatschappelijke opvang, gaat dat via de AWBZ. Zo'n jongere heeft vaak veel problemen en het zou goed zijn als hij ook bij de jeugdzorg terechtkan. Dat mag dan niet, want hij zit al in de AWBZ.'
Ze vervolgt: ‘Volgens mij zijn jullie in Den Haag met te veel slimme mensen met dit soort zaken bezig. Deze regels moeten niet in Den Haag bedacht worden. Jullie zouden dat bij ons moeten doen. Ik kan wel vier goede beleidsmedewerkers gebruiken!' Spontaan biedt vanuit de zaal een aantal vrijwilligers zich aan.
'Zullen we afspreken niet alleen Den Haag de schuld te geven?' roept presentator Frequin. Van Halder komt hem tegemoet, want volgens hem ligt het probleem dieper. ‘Je hebt het gezien in het onderwijs. Het Rijk besloot tot deregulering, maar de scholen hebben daar niets van gemerkt. Schoolbesturen gingen zelf nieuwe regels opstellen. De neiging tot controle en regelgeving zit op alle niveaus.'

Paul Frissen veert op: ‘Dat komt door het idee van bestuurders dat de wereld bestaat omdat zij beslissingen nemen. Ze zouden eens een half jaar moeten kijken wat er gebeurt zonder hun beslissingen. Veel van de taken die nu in handen zijn van de overheid, kwamen vroeger voort uit particulier initiatief. De bestuurslast is zo ontzettend omvangrijk geworden. Is het maatschappelijk weefsel verzwakt of zijn we verslaafd geraakt aan het subsidiestelsel?'
‘Maar,' werpt Van Halder tegen, ‘als de overheid het niet doet, wat dan? We moeten wegen zoeken bij gebrek aan andere structuren.' Frissen: ‘Bestuurders moeten leren dat de wereld in essentie tragisch is. Veel van deze zorgstellingen zijn terecht gekomen in het effectiviteitsdiscours: vanuit het idee dat als je het maar slim organiseert, het leed wel verdwijnt. Dat als je de Vogelaarwijken platwalst, dat soort wijken ook weg zijn.'

In de Jeugdzorg zijn de indicatiestelling en behandeling gescheiden. Frissen: ‘Daar spreekt uit dat je de professional in de diepste essentie niet vertrouwd.' De zucht naar controle en toezicht wordt ook gestimuleerd door de kamer. ‘Bij elk incident worden er gelijk Kamervragen gesteld. Er zijn dan onvoldoende adviseurs die vertellen dat de minister moet zeggen daar niets aan te doen.'

Engagement
visualDiscussiehost Sadik Harchaoui, voorzitter van de RMO, is verbaasd over de ‘murw geslagen professionals.' ‘Waar is het engagement? Waarom constateren dat iets niet mag volgens Den Haag, in plaats van het toch gewoon doen?'
Volgens Verhoef is er geen gebrek aan engagement. ‘Maar dit is juist de plek om aan te kaarten dat het systeem niet deugt,' aldus Gerritsen.

Hij vindt dat de geldstroom van een lager niveau moet komen: 'maak de gemeente verantwoordelijk.' Van Halder is niet overtuigd: ‘Daar zullen dezelfde problemen optreden.' Frissen knikt: ‘Door de overheid verstrekt geld is nooit gratis, dat zal altijd samengaan met toezicht en controle. Dat werkt bij de gemeente hetzelfde, dat is geen buitencategorie.' ‘Hoe moet het dan?' roept Van Halder uit. ‘Help ons!' Frissen: ‘Het niveau waarop het geld terechtkomt moet zo laag mogelijk zijn. Het meest gezond is dat het geld de cliënt volgt. Maar dan moet je ook aanvaarden dat de cliënt soms stomme dingen met dat geld doet. Dat hij zegt dat een week Parijs beter helpt dan een week therapie.' Lachend: ‘Ook al heeft hij daar dan misschien wel gelijk in.' Gerritsen en Verhoef protesteren. Als een cliënt er slecht aan toe is, kan hij niet zelf beslissen. ‘Dan leg je het geld bij de professional,' aldus Frissen.

Het is ook een discussie tussen de optimist en de pessimist. Gerritsen tegen Frissen: ‘Jij gaat uit van tragiek, ik vind dat ik de plicht heb optimistisch te zijn. Ik geloof in een nieuwe maakbaarheid: een overheid die in staat is ruimte te scheppen voor de professional om op lokaal niveau maatwerk te verrichten.' Van Helder: 'Daar ben ik het helemaal mee eens.' Ook Verhoef knikt: 'De oplossing ligt niet in Den Haag, die moet op de werkvloer gevonden worden.'

Verslag: Tessa van Beest


ReuringCafe - Sadik Harchaoui II